Koerden in Turkije                  

                            

Het Turkse deel van Koerdistan ligt in Oost- en Zuidoost-Anatolië. Verspreid over het gehele land, met grote concentraties buiten de Koerdische regio als Adana aan de zuidkust, Izmir aan de westkust en de metropool Istanbul, leven naar schatting zo'n 17 miljoen Koerden. Dat is een kwart van de bevolking van Turkije.

In de donkere gebieden zijn de Koerden de grootste etnische groep
Gedurende het Ottomaanse Rijk werd een gematigd repressief beleid ten opzichte van etnische minderheden gevoerd. Begin deze eeuw zochten vooraanstaande Koerden contact met buitenlandse organisaties om steun te krijgen voor hun onafhankelijkheidsstreven. Na de Eerste Wereldoorlog, in het vredesverdrag van Sèvres, werd de Koerden interne autonomie in het vooruitzicht gesteld en na een jaar een eigen staat. Maar dat ideaal was alleen al wegens het ontbreken van enige infrastructuur en de heersende armoede in hun regio weinig levensvatbaar. Bovendien erkende Atatürk, de grote Turkse vrijheidsstrijder en oprichter van de Turkse republiek in 1923, het verdrag niet. Eveneens toonden de Geallieerden uiteindelijk weinig vasthoudendheid om de Koerden onafhankelijkheid te garanderen.

Op 24 juni 1923 werd het lot van Koerdistan definitief beslist in het verdrag van Lausanne, waarin de grenzen van Turkije werden vastgesteld. Een onafhankelijk Koerdistan kwam op de kaart niet voor. De Koerden woonden voortaan over vier landen verspreid: Iran, Irak, Turkije en Syrië. De decennia daarop volgden in Turkije enkele opstanden, die meedogenloos en buitengewoon bloedig door Ankara werden onderdrukt.

Midden jaren zestig begon de arbeidsmigratie naar het buitenland. Dat bood ook voor veel jonge Koerden de mogelijkheid uit hun armoede en hun isolement te ontsnappen, en de Koerdische kwestie in het buitenland onder de aandacht te brengen. Na lang aandringen van Koerdische activisten stelde het partijcongres van de kleine Turkse Arbeiderspartij in 1970 in een resolutie dat het Koerdische volk het slachtoffer is van imperialistische onderdrukking en dat de partij de strijd voor Koerdische burgerrechten ondersteunde. Nog nooit hadden de Koerden zoveel openlijke steun gekregen van een Turkse politieke partij. Maar een jaar later had er een militaire staatsgreep plaats, waarbij ook in Koerdistan een groot aantal mensen werd gearresteerd. De 'pro-Koerdische' Arbeiderspartij werd door het nieuwe bewind verboden, en stelde na zijn heroprichting in 1974 het Koerdische vraagstuk niet meer prominent aan de orde.

Eind jaren zeventig balanceerde het land op de rand van een burgeroorlog als gevolg van de gewapende strijd tussen radicaal linkse en ultrarechtse groepen, die in totaal 5.000 mensenlevens eiste. Het leger greep opnieuw in en ook tienduizenden Koerden werden gearresteerd en gemarteld. Tienduizenden andere Koerdische activisten weken uit naar Europa. Een belangrijk deel van hen kreeg gevoegelijk politiek asiel. In Turkije zelf ontstond een netwerk van ondergrondse Koerdische organisaties die geweld predikten. De radicaalste was de marxistisch-leninistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK) van Abdullah Öcalan, die in 1984 de oorlog verklaarde aan de Turkse 'bezetter' van Koerdistan. Deze strijd duurt tot op de dag van vandaag voort. In deze oorlog, waarin beide partijen grootschalige moordpartijen niet schuwden, werden volgens de Turkse overheid meer dan 30.000 mensen gedood. Bovendien werden ruim 3.000 dorpen en nederzettingen in Zuid- en Oost-Turkije door het Turkse veiligheidsleger geheel of gedeeltelijk vernietigd om zo de steun van de lokale bevolking aan de PKK te ondermijnen. Naar schatting tussen anderhalf en drie miljoen Koerdische burgers werden als gevolg van deze tactiek van de 'verschroeide aarde' gedwongen om naar elders in Turkije te verhuizen.

De strijders van de PKK zochten sinds 1991, toen in Noord-Irak een Koerdische enclave was ontstaan, steeds vaker hun toevlucht tot deze regio, zowel als springplank voor het uitvoeren van gewapende acties in Zuidoost-Turkije, als voor trainingsbases en opslagdepots van wapens en voedsel voor de rebellen. Het Turkse leger achtervolgde hen ook daar in massale grensoverschrijdende militaire operaties. In Turkije zelf ontstond in die tijd de eerste legale Koerdische partijen, die met uitzondering van de huidige HADEP, inmiddels al weer zijn ontbonden.



                                                             

                          Een politieagent houdt een groep aanhangers van de Koerdische partij DTP in de gaten voor het partijkantoor in Istanbul (november 2008) - AP


Turkije verbiedt Koerdische partij
Het Constitutioneel Hof in Turkije heeft de grootste Koerdische partij van het land, de DTP, verboden. Het hof zegt dat de partij banden heeft met de verboden Koerdische PKK.

Er wordt openlijk propaganda gemaakt voor de gewapende tak van de PKK en op partijbijeenkomsten hangen afbeeldingen van PKK-leider Öcalan, zegt het hof.

De DTP, die in het parlement zit, bedreigt daardoor de eenheid van Turkije, zeggen de hoogste rechters. DTP-leiders Ahmet Turk and Aysel Tugluk en 35 leden mogen vijf jaar lang geen politiek meer bedrijven.

Autonomie
De regering had de Koerden de afgelopen tijd juist meer rechten beloofd. De angst bestaat dat Koerdische militanten zich nu opnieuw terugtrekken in de bergen in het zuidoosten van Turkije om van daaruit te vechten voor zelfbeschikking.

Nieuwe spanningen tussen de Turken en Koerden kunnen slecht uitpakken voor de onderhandelingen met Brussel over de toetreding tot de Europese Unie.
                                                                                                                       
Home


bronnen: NRC- NOS - AP