 |

Armeense genocide

De Armeense genocide, (door
de Turkse regering aangeduid als Armeense kwestie) is de
naam voor de volkerenmoord op honderdduizenden tot meer dan
een miljoen Armeniërs, die gepleegd werden in het
Ottomaanse Rijk ten
tijde van het regime van de Jonge Turken. Robert Fisk stelt
in zijn boek De grote beschavingsoorlog dat de Armeense
genocide de eerste Holocaust was, waarbij veel Duitsers
betrokken waren, die de uitroeiings- en
verzwijgingstactieken enige decennia later opnieuw zouden
toepassen. Winston Churchill waarschuwde herhaaldelijk tegen
deze praktijken: "De geschiedenis zal vruchteloos speuren
naar het woord 'Armenië'.
Westerse historici, alsmede verschillende Turkse historici,
onder andere Taner Akçam, Fatma Muge Gocek en Halil Berktay,
en de vermoorde Hrant Dink, zijn het over het algemeen eens
dat een genocide plaatsvond. Turkse en andere Westerse
wetenschappers, waaronder historici die gespecialiseerd zijn
in de geschiedenis van Ottomaanse Rijk zoals Bernard Lewis,
Justin McCarthy en Gilles Veinstein, houden het bij
deportatie en massamoord van Armeniërs, waarbij nog vaak een
etnische zuivering wordt erkend. Turkije ontkent de genocide
formeel en zet zich actief in tegen internationale erkenning
hiervan. Een aantal wetenschappers stelt dat te weinig
wetenschappelijk bewijs is gevonden om definitieve
conclusies te trekken. De internationale discussie richt
zich vooral op wat precies genocide is en wie in deze
bepaalt dat dat hier daadwerkelijk het geval was.
De genocide
Tijdens de Eerste Wereldoorlog koos het Ottomaanse Rijk de
kant van de Centrale Mogendheden (Duitsland,
Oostenrijk-Hongarije en Bulgarije) waardoor het in oorlog
raakte met de Entente (Rusland, het Verenigd Koninkrijk en
Frankrijk).
Op 25 februari 1915 beval Enver Pasja alle militaire
eenheden om soldaten van Armeense afkomst te demobiliseren
en in te zetten in de onbewapende 'Werkbataljons'. Als reden
werd angst voor collaboratie van de Armeniërs met de Russen
opgegeven. Het kan echter ook een bewuste actie tot
inleiding van een genocide zijn geweest, waarbij er
nauwelijks sprake zou zijn van gewapend verzet. Dit verzet
is er dan ook nauwelijks geweest, een belangrijke
uitzondering vormen de gevechten bij de stad Van. Deze
gevechten begonnen op 20 april en eindigden op 17 mei met de
komst van het Russische leger. Een aanleiding voor de
opstand waren moordpartijen op Armeniërs die al in het begin
van 1915 hadden plaatsgevonden in de buurt van het front.
Op 24 april 1915 werden honderden tot enkele duizenden leden
van de Armeense elite zonder enkele vorm van proces vermoord
in
Constantinopel (Istanbul).
Deze dag wordt nog altijd herdacht door de Armeniërs als het
begin van de volkerenmoord.
Hierna besloot het Ottomaans regime officieel alle Armeniërs
te deporteren naar de zuidelijke provincie Syrië, dat toen
nog deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk. Talaat Pasja gaf
als reden de recentelijke opstanden en massamoorden door
Armeniërs op verscheidene plaatsen in het land. Hij doelde
hierbij vooral op de opstand in Van. De deportatie had in
wezen geen bestemming, maar was in eerste instantie
georganiseerd richting de stad Aleppo in het huidige Syrië
en van daar uit naar de Der el-Zor-woestijn. Er werden
waarschijnlijk 25 grote concentratiekampen opgezet onder de
leiding van de rechterhand van Talaat Pasja, Sükrü Kaya,
waarvan de meeste lagen op de huidige Syrische en Iraakse
grenzen en waarvan sommige alleen dienden als
doorvoerkampen. Het grootste deel van de kampbewaarders
bestond uit Armeniërs.
Officieel waren bepaalde categorieën Armeniërs vrijgesteld
van deportatie: katholieken, protestanten, spoorwegarbeiders
en leden van de krijgsmacht. In de praktijk zijn ook
Armeniërs uit deze groepen slachtoffer geworden. Armeniërs
uit Istanbul en
Izmir werden niet gedeporteerd.
Er was niet gezorgd voor eten of drinken voor de Armeniërs
tijdens de tochten van de verschillende delen van het land
naar Syrië. Volgens ooggetuigen en historische documenten
bezweken de Armenen op de marsen naar het hedendaagse Syrië
aan dorst, honger of werden doodgeranseld of -geschoten door
de begeleidende Turkse gendarmerie. Voorts werden Armeense
vrouwen en meisjes onderweg regelmatig verkracht. Andere
Armeniërs, volgens de Britse historicus Martin Gilbert de
meerderheid van de slachtoffers, werden in of nabij hun
woonplaatsen vermoord. Niet het Turkse leger maar de door
Behaeddin Şakir opgezette "Speciale Organisatie" - een
geheime dienst van de Osmaanse regeringspartij - had in die
massaslachtingen een centrale rol. Deze laatste bestond uit
onder meer
Koerdische stammen en
vrijgelaten misdadigers die onder direct gezag van de partij
stonden.
Volgens Akçam in zijn boek "A Shameful Act", werden deze
milities gestationeerd langs de deportatieroute met het
enige doel zo veel mogelijk Armeniërs om te brengen. De
plaatselijke bevolking, al dan niet gedwongen betrokken in
het complot, werd daarnaast aangemoedigd om de woningen van
de gedeporteerden te plunderen; daarbij was het helpen
onderduiken van Armeniërs verboden, op straffe van dood door
de strop. Plaatselijke gezagdragers en de moslimbevolking
steunden allerminst unaniem de omstreden beslissing van het
triumviraat.
Aantal slachtoffers
Het aantal slachtoffers is nooit officieel vastgesteld.
Historici zijn hierover nog steeds verdeeld. Het
belangrijkste verschil zit tussen Turkse en westerse
geschiedkundigen gespecialiseerd in Osmaans-Turkse
geschiedenis enerzijds versus Armeense en westerse
geschiedkundigen gespecialiseerd in genocide studies
anderzijds. De meeste Turkse en westerse historici houden
het op 200.000 tot 500.000 slachtoffers. Armeense en
westerse historici spreken van 600.000 tot anderhalf miljoen
slachtoffers.
De Amerikaanse historicus Bernard Lewis houdt het op 'vele
honderdduizenden tot misschien wel een miljoen slachtoffers.
Volgens de Britse historicus Martin Gilbert ligt het aantal
slachtoffers rond het miljoen, waarvan 600.000 vermoord in
bloedbaden in Anatolië en 400.000 door geweld en
hongersterfte tijdens deportaties naar woestijnen in
tegenwoordig Syrië en Irak. Nog 200.000 Armeniers werden
verplicht zich te bekeren tot de islam. De Britse historicus
Peter Mansfield schat het aantal slachtoffers op
één-en-een-kwart miljoen tot anderhalf miljoen. De
Nederlandse wetenschapper Erik-Jan Zürcher houdt het op
600.000 tot 800.000 slachtoffers. Ton Zwaan schat het aantal
op 800.000 tot 1 miljoen. De Amerikaanse politicoloog
Rudolph J. Rummel heeft berekend dat tussen 1900 en 1924
circa 1,8 miljoen Armeniërs zijn gedood.

Bron: Wikipedia |
 |